| Het
systeemontwerp Personeelssysteem uit 1970 blonk uit door eenvoud; niks geen harde schijven
of werkstations, maar ponskaarten en tapeunits voerden de boventoon. Het salarissysteem
werd gemeentebreed ingevoerd, maar in die tijd draaiden de hollerith-machines nog volop. |
| Het
was in die tijd nog een puur salarissysteem met digitale overdracht naar de postgiro en
bankgirocentrale en kostenverantwoording voor de boekhouding.Mutaties werden ingevoerd vanaf ponsdocumenten; een
algemeen invoerformulier, een individueel mutatieformulier en collectieve formulieren.
Vijf tot zes keer per maand werd een mutatierun uitgevoerd waarbij de op ponskaart
vastgelegde mutaties van de formulieren werden gecontroleerd en verwerkt.De eerste
mutatierun van de maand werd voorafgegaan door het programma AUTOM, wat allerlei
automatische mutaties genereerde, zoals bijvoorbeeld de automatische periodieke verhoging.
Dan volgde het programma COMUT (COM1 en COM2) wat alle mutaties controleerde en een door
BADRUK af te drukken mutatieverslag leverde.
Systeemontwerp
uit 1970 |
 |
| De kern van het systeem was het programma SALABE (eigenlijk SAB1, SAB2 en SAB3);
de eigenlijke berekenaar van de netto salarissen, die verder "uitbetaald" werden
door BAGIKA (bank, giro, kas) en wederom door BADRUK af te drukken werknemers- en
werkgeversspecificaties via VOSACA. Het programma TOKSEP was bedoeld voor de
kostenverantwoording.Omdat in die tijd een programma maximaal 80 Kb groot mocht zijn, moesten enkele
programmas gesplitst worden; een enkel programma zelfs in drie delen. Dat was een
hele toer want je mocht ook maar maximaal vier tapedrives gebruiken.
Ook qua doorlooptijd werd een enorme
aanslag gedaan op de verwerkingscapaciteit van het toenmalige Siemens mainframe; een
controlemutatierun duurde elke week minimaal twee uur. (Toen dat overigens later
teruggebracht werd tot een kwartier per week kregen de programmeurs op hun donder van de
productiejongens vanwege het gemis aan inkomsten) |

|
In
1970 kwam ik samen met onder andere Hans Veldink de projectgroep versterken en werd gelijk
ingezet op het selectiesysteem. Uiteindelijk resulteerde dat in de programmas PERSE
en PRIPE waarmee werkelijk de onmogelijkste vragen op papier beantwoord konden worden. |
In die tijd ontstonden twee subgroepen onder leiding van Co
Hoeneveld; een salarisgroep onder Wim van Hattem en een personeelsbeheergroep onder
leiding van Hans Geijsen met een zekere spanning en wedijver onderling als nevenresultaat,
maar dat is een heel ander verhaal.
(lees verder in deel 2) |
|