De volgende
tekst namen we over uit het bekende blauwe boekje, uitgave april 19701 Inleiding
1.1. Algemeen
Een gemeentelijk apparaat bestaat
uit een groot aantal min of meer onafhankelijke beheerseenheden van zeer uiteenlopende
grootte en structuur, met zeer verschillende functies. Gemeenten in hun geheel verschillen
eveneens in grootte terwijl zij soms ook verschillende functies vervullen. Ondanks deze
verschillen vertonen veel administraties en vertoont veel informatie overeenstemming.
De automatisering
van de informatieverwerking in de gemeenten heeft zich echter tot voor kort grotendeels
beperkt tot het uitvoeren van onafhankelijke deeladministraties binnen de afzonderlijke
beheerseenheden.
Met de instelling van de
gemeentelijke centra voor elektronische informatieverwerking en de vorming van regionale
centra voor de gemeentelijke informatieverwerking is een begin gemaakt met de
gecoördineerde aanpak van de toepassing van computers op dit gebied.
Als uitgangspunt voor zo'n aanpak ie
er behoefte aan een samenhangend grondplan waarin zoveel mogelijk activiteiten op
automatiseringsgebied hun plaats vinden. In deze nota is de huidige stand van zaken
samengevat met betrekking tot de gedachtevorming omtrent een dergelijk plan. De nota is
dus niet meer dan een momentopname van het plan zoals dat in de samenwerking tussen enkele
gemeenten vorm heeft gekregen en thans ook in breder verband wordt besproken in de
Stichting tot Ontwikkeling van de Automatisering bij de Gemeenten.
1.2. Doelstelling van het plan
Het plan beoogt te voldoen aan:
1) de bestuurlijke eisen die aan de
informatievoorziening worden gesteld en aan
2) de eisen van de doelmatigheid van
de uitvoering van de informatieverwerking.
1.2.1. De gemeente in haar geheel is
één bestuurseenheid met een geografisch beperkt verzorgingsgebied. Het basisplan voor de
informatievoorziening zorgt ervoor dat de informatie die op dat gebied betrekking heeft in
haar onderlinge samenhang wordt getoond ook al worden de gemeentelijke taken door
verschillende organisatorische eenheden (takken van dienst) uitgevoerd. Deze samenhang is
een voorwaarde voor een goede beleidsvorming op gemeentelijke niveau. De op het beleid
gebaseerde planning op korte en lange termijn wordt door het basisplan aangevuld met
informatie over de werkelijke uitvoering van de genomen besluiten zodat zonodig bijsturing
kan plaatsvinden.
Wat op gemeentelijk
niveau geldt, geldt ook op het niveau van de uitvoerende gemeentelijke organen. De
informatievoorziening zoals die in het basisplan is vervat dient dus tevens de bewaking
van de doelmatigheid van de uitvoering. Daarnaast zal de informatievoorziening zo
opgebouwd zijn dat de gemeentelijke dienstverlening en taakvervulling sneller en beter
wordt afgestemd op de behoeften.
Tenslotte zijn er de gemeentelijke
samenwerkingsverbanden en de taken van de hogere overheidsorganen die de
verzorgingsgebieden van verschillende of alle gemeenten betreffen. Het basisplan maakt het
mogelijk de daarvoor benodigde informatie volgens dezelfde beginselen samen te stellen.
Slechts als dat gebeurt, beschikt men over een reëel uitgangspunt voor de besluitvorming
en de uitvoering van de inter- en bovengemeentelijke taken.
1.2.2. Veel grondinformatie m.b.t.
de verschillende uitvoerende organen is van dezelfde aard, ook al zijn de taken van die
organen totaal verschillend. Voorbeelden hiervan zijn: de lonen en de salarissen, de
incassos en het materiaalgebruik van de takken van dienst. Het basisplan
concentreert de informatieverwerking op deze gelijksoortige zaken. Daardoor kan niet
alleen de dagelijkse informatieverwerking doelmatiger plaatsvinden maar worden ook de
ontwikkelings- en onderhoudskosten van de informatiesystemen tot het minimum
teruggebracht.
Daarnaast is het alleen op basis van
een algemeen plan mogelijk te komen tot een systematische planning van de systeembouw. Ook
de onderlinge samenhang van de systemen (inclusief de computerprogramma,'s) kan op deze
wijze beter in het oog worden gehouden. Voor de bepaling van prioriteiten, de bewaking van
de voortgang en het inpassen van nieuwe ontwikkelingen is een samenvattend overzicht,
zoals in het basisplan gegeven, noodzakelijk.
Tenslotte is het basisplan
onontbeerlijk om een goede samenwerking en werkverdeling tot stand te brengen tussen de
gemeenten die bij de ontwikkeling van de automatisering van de informatieverwerking zijn
betrokken. Deze werkverdeling is noodzakelijk vanwege de hoge ontwikkelingskosten en de
lange, benodigde, voorbereidingstijd. Het moet zelfs voor de grootste gemeenten onmogelijk
worden geacht alle benodigde informatiesystemen binnen enkele jaren en met acceptabele
kosten alleen met eigen middelen op te zetten.
1.3. Algemeen toepasbare
informatiesystemen
Er worden in het basisplan een
aantal deelgebieden onderscheiden, in het vervolg informatiesystemen genoemd. Het
basisplan kan worden gekenschetst als een stelsel van samenhangende informatiesystemen.
Naast deze informatiesystemen zijn
er nog een aantal min of meer onafhankelijke computertoepassingen die afzonderlijk zullen
worden behandeld.
In een informatiesysteem wordt
uitgaande van een bepaald gedefinieerd object de informatie die op die objecten betrekking
heeft,onafhankelijk van de organisatorische samenhang, verwerkt. Zo is het object van het
personeelssysteem ieder in gemeentelijke dienst, los van de vraag bij welke tak van dienst
of secretarieafdeling hij te werk is gesteld of welke taak hij heeft. In elk systeem wordt
echter rekening gehouden met de samenhang met de andere informatiesystemen
Een informatiesysteem moet verder
een zodanige opzet hebben dat daarmede alle organisatorische beheerseenheden (takken van
dienst in één gemeente of afzonderlijke gemeenten) zo goed mogelijk worden bediend.
Daarvoor is het nodig uit te gaan van eenheden met de grootste omvang en de grootste mate
van differentiatie. Slechts op die manier kan zeker worden gesteld dat het algemene
systeem ook kan worden toegepast voor de kleinere en eenvoudiger gestructureerde
organisaties, zoals kleine takken van dienst met een enkelvoudige taak of kleine
gemeenten. Zelfs al zouden deze kleine eenheden met een eenvoudiger systeem toe kunnen,
wat lang niet altijd het geval is, dan dekt het algemene systeem in elk geval ook hun
eventueel geringere behoeften zonder dat extra kosten behoeven te worden gemaakt voor de
systeemontwikkeling. De eventueel lagere kosten van de uitvoering van een eenvoudiger
systeem worden volledig gecompenseerd door het gebruik van grotere machine die per
verwerkte eenheid aanmerkelijk goedkoper zijn.
De financiële toerekening van de
ontwerpkosten van deze systemen met de afzonderlijke beheerseenheden die er gebruik van
maken (takken van dienst, afzonderlijke gemeenten) vraagt nadere uitwerking maar verandert
niets aan de technische verhoudingen en het algemeen belang van een bestuurlijk en
economisch verantwoorde opzet.
1.4. Het voorlopige karakter van het
plan
In de beschrijving van de
informatiesystemen in deze nota ia geen volledigheid en geen definitieve indeling
nagestreefd. De bedoeling is slechts aan te geven in welke richting en op welke basis
verdere ontwikkeling mogelijk is.
Het zal noodzakelijk zijn van tijd
tot tijd de samenvatting van de inhoud en de doelstelling van de afzonderlijke systemen
aan te passen aan de ter beschikking komende gegevens en de opgedane ervaringen.
In de praktijk zullen verder de
volgende punten van invloed zijn:
- de wens rekening te houden
met reeds bestaande toepassingen van de eis op korte termijn en in elke fase ook praktisch
bruikbare resultaten te leveren voor reeds bestaande en onderkende behoeften;
- de noodzaak in elke fase
rekening te houden met de volgende fase b.v. door bekende werkzaamheden voor een volgende
fase, die doelmatiger in een voorgaande fase kunnen worden "meegenomen",
inderdaad reeds in de voorgaande fase uit te voeren;
- de eis in elk (sub)systeem
steeds rekening te houden met de andere in ontwikkeling zijnde of geplande systemen.
Er dient echter wel voor te worden
gewaakt dat de oplossing van problemen die op korte termijn spelen niet de algemene lijn
doorkruisen.
Verder wordt de
toewijzing van bepaalde deelgebieden en bewerkingen aan de afzonderlijke
informatiesystemen, behalve door het objekt en de benodigde grondinformatie, veelal
bepaald door de doelmatigheid. De doelmatigheid ia op een bepaald ogenblik afhankelijk
van:
- de verwerkingstijden (duur en
spreiding)
- de organisatie van het
systeemontwerp
- de beschikbare of
verkrijgbare hulpmiddelen (programmatuur en apparatuur).
Zo heeft met name de begrenzing
tussen het zgn. bestuurssysteem en de andere informatiesystemen op een gegeven ogenblik
geen principieel maar een voorlopig karakter dat door de verdere ontwikkeling kan worden
beïnvloed.
2 Overzicht van het plan
2.1 Opbouw van het plan
Bij de keuze van de
automatiseringsobjecten in een gemeente is het niet mogelijk zich direct te baseren op de
activiteiten van het gemeentelijk apparaat. Zij vertonen een te grote verscheidenheid en
hebben meestal slechts weinig operationele samenhang.
In het automatiseringsplan ia dan
ook een ander uitgangspunt gekozen en wel enerzijds de informatie met betrekking tot de
gemeente als geheel en anderzijds de informatie met betrekking tot het gemeentelijk
apparaat.
Voor de gemeente als geheel worden
informatiesystemen onderscheiden voor:- het vastgoed (grond,
gebouwen, huizen, leiding- en kabelnetten e.d.)
- de bevolking (inwoners van de
gemeente)
- de activiteiten (organisaties
op het gemeentelijk grondgebied die in de meest ruime zin maatschappelijke activiteiten
ontplooien b.v. ondernemingen, verenigingen, stichtingen).
Voor het gemeentelijk apparaat
worden informatiesystemen onderscheiden met betrekking tot:- het personeel (alle personen
in dienst van het gemeentelijk apparaat)
- de geldmiddelen (alle in- en
uitgaande geldstromen, zowel ontvangstén als betalingen, alsmede onderlinge
verrekeningen)
- de materiële middelen
(gemeentelijke eigendommen, ge- en verbruikmateriaal e.d.).
Als bovenbouw op deze basissystemen
wordt een z.g. bestuurssysteem onderkend dat de verschillende systemen met elkaar verbindt
en waarin met name informatie uit de drie laatstgenoemde systemen samenvloeit.
Tenslotte zijn er 2 groepen
computertoepassingen die geen betrekking hebben op de gemeente als geheel en het
gemeentelijk apparaat, maar slechts deelproblemen van afzonderlijke beheerseenheden
betreffen of betrekking hebben op activiteiten die slechts gedeeltelijk onder
gemeentelijke verantwoordelijkheid worden uitgevoerd. Deze groepen van
computertoepassingen zijn samengevat onder de begrippen niet-geïntegreerde toepassingen
en niet-gemeentelijke toepassingen. In de bijlage worden de verschillende
informatiesystemen en toepassingsgebieden schematisch in hun onderling verband getoond. De
keuze van de objecten in de zes basissystemen is zodanig, dat de informatieverwerking
binnen deze systemen een grote samenhang vertoont. De belangrijkste
informatie-uitwisseling tussen de systemen is d.m.v. pijlen aangegeven.
Binnen de aangeduide
informatiesystemen zullen weer min of meer op zichzelf staande deelsystemen ontstaan die
op dezelfde wijze als aangegeven voor de grote informatiesystemen onderling slechts een
relatief geringe samenhang vertonen. Zo zullen b.v. voor de schoolgaande bevolking en de
bejaarden binnen het bevolkingssysteem waarschijnlijk afzonderlijke deelsystemen doelmatig
zijn. Dat deze deelsystemen desalniettemin voor een eerste benadering in de aangegeven
informatiesystemen zijn samengevat vindt zijn oorzaak in de noodzaak uit te gaan van een
zo eenvoudig mogelijk algemeen overzicht dat later verder kan worden uitgewerkt en
verdiept.
De niet-geïntegreerde en de
niet-gemeentelijke computertoepassingen die in de volgende hoofdstukken niet verder worden
uitgewerkt zijn in de volgende paragrafen kort omschreven.
2.2. Niet-geintegreerde toepassingen
Het kenmerk van de
niet-geïntegreerde toepassingen is dat zij in tegenstelling tot de 6 basissystemen en het
bestuurssysteem in veel mindere mate en vaak in het geheel niet met deze systemen en met
elkaar samenhangen. Voor een gedeelte van de in deze groep ingedeelde toepassingen geldt
bovendien dat zij vaak een eenmalig karakter zullen hebben.
De volgende niet scherp te
onderscheiden groepen kunnen worden genoemd:
- technische projecten, zoals
constructieberekeningen op allerlei gebied, leidingnet- en kabelnetberekeningen,
simulaties, verkeersonderzoek e.d.;
- operationele projecten zoals
netwerkplanning voor grote eenmalige activiteiten, roosterproblemen, werkplaatsplanning,
onderhoudsplanning e.d.;
- econometrische projecten
zoals regionale, gemeentelijke en bedrijfstechnische beslissingsvoorbereiding op allerlei
gebied (modelbouw);
- statistische projecten soms
samenhangend met één der bovengenoemde gebieden vooral steekproefonderzoek, ten behoeve
van algemene beleidsproblemen en bedrijfsproblemen;
- specifieke toepassingen, die
niet in één van de basissystemen passen en aan een bepaalde tak van dienst zijn
gebonden.
Voor sommige van de genoemde
projecten zal er een zekere samenhang met de basissystemen zijn, zoals bij
planningproblemen met het personeelssysteem, bij technische berekeningen met het
vastgoedsysteem en bij statistische onderzoekingen met het bevolkingsysteem; vooral de
econometrische projecten zullen hun basismateriaal voor het grootste gedeelte aan de
basissystemen ontlenen. Verder kunnen incidentele studies leiden tot investeringsplannen
die als plan én bij uitvoering hun weerslag vinden in de basissystemen van het
gemeentelijk apparaat en in het bestuurssysteem.
2.3. Niet-gemeenteliike toepassingen
Tot de niet-gemeentelijke projecten
wordén de toepassingen gerekend die wel in een gemeente (kunnen) voorkomen maar waarvoor
het om verschillénde redenen niet raadzaam lijkt ze thans op gemeentelijk niveau aan te
pakken. Deze redenen kunnen zijn:
- het zwaartepunt van de
problemen ligt duidelijk buiten de gemeente nl. bij particuliere organisaties of bij het
rijk;
- de toepassingen verkeren in
een zodanig researchstadium dat de vraag kan worden gesteld of de gemeenten vóór moeten
gaan;
- een landelijke aanpak heeft
reeds plaatsgevonden en/of is doelmatiger.
Voorbeelden van deze toepassingen
zijn:- diverse toepassingen voor de
Politie (Modus operandi, dactyloscopie)
bibliotheektoepassingen (met name
information-retrieval)
- ziekenhuistoepassingen
(voorzover in de typisch medische sfeer zoals t.b.v. diagnose, therapie en
patiëntbewaking)
- onderwijstoepassingen (met
name het zogenaamde Casoprojekt voor de salarissen van onderwijzend personeel).
Uit deze voorbeelden blijkt nog eens
duidelijk dat de indeling in de niet-gemeentelijke projecten slechts een voorlopige is die
naar aanleiding van de verdere ontwikkeling kan worden herzien.
|
|
|