Ik denk nog vaak terug aan
de geweldige ontwikkelingen vanaf 1966 op het gebied van hardware, opslagmedia en
programmering. Ik herinner me vrachtautootjes met stalen bakken met ponskaarten en ik zie
Evert Jansen, Jacob Treur en Jan van Baardewijk ermee jongeleren op IBM-apparaten. Later
ging Jan Boel met anderen ermee naar het IEA aan de Diergaardesingel om gegevens via een
IBM 360/20 te verwerken. Onze eerste schreden op computergebied.Korte tijd later gingen we naar de Walenburgerweg en werd de
computerzaal geheel gevuld door twee Siemens computers met rijen magneetbandunits.
De magneetband was een nieuw opslagmedium. En die banden maar draaien en veel tijd vragen.
Toen kwamen de magneetschijven als opslagmedium met hun directe toegankelijkheid. En de
schijven kregen meer platen en konden steeds meer en steeds dichter informatie bevatten.
Toen kregen we de problemen van doorberekening van de kosten aan projecten/klanten. Meer
dan één programma draaide en met "walltime" kwamen we niet meer uit. Bovendien
beïnvloedde programma's elkaar qua doorlooptijd. Er moest met veel vallen en
opstaan nagedacht en veel vergaderd worden om tot een bruikbare meting van gegevens
te komen. CPU-sekonden, geheugenbeslag, input- en output-eenheden.
Het was allemaal zo nieuw en we vatten het zo slecht en Siemens hielp ons ook niet zo
goed. Dat waren techneuten en geen financiële mensen, die oog hadden voor doorbelasting
van kosten op projectniveau. Kortom, het was een worsteling om tot redelijke
tarievenkalkulaties te komen.
Op de ene
ontwikkeling volgde de andere. Er kwamen HP-computers, die kleiner en krachtiger werden en
ingezet werden voor bepaalde klanten en grote projecten. We kregen terminals op ons bureau
en later Pcs, die als terminal konden functioneren.
Verder denk ik nog terug aan "foutenlijsten", die
uitgezocht moesten worden, en die wegens tijdgebrek ten onrechte bleven liggen. Kosten
werden dus te laat doorberekend met alle aanklevende problematiek met de klanten. Gelukkig
werden we wijzer en nam de kennis van automatisering en de mogelijkheden daarvan toe. Het
kwam zover dat de input eerst door een screeningsprogramma ging en op die wijze
gekuist werd.
Nog wijzer werden we toen we systemen gingen integreren. Daarvoor
stonden opéénvolgende systemen los van elkaar. De integratie met controles ertussen was
een heel goede greep. Het begon gestroomlijnd te lopen.
Parallel met al die ontwikkelingen was er het personeelsprobleem. Te
weinig mensen en te weinig automatiseringskennis en een ambtelijk apparaat dat moeite had
met formatieoverschrijdingen. Wat was het GRC toch een buitenbeentje. Te weinig kennis
werd opgelost door zelf mensen te (doen) opleiden. Dat heeft wat gekost in tijd en in geld
en na twee of drie jaar gingen ze weg omdat ze zich elders vrijer konden ontplooien en
meer konden verdienen. (Autootje van de baas).
Dit zijn zo enkele mijmeringen van mij. Anderen kunnen ze vast
aanvullen en preciseren en er een leuk verhaal van maken voor de reünie.