(in verkorte vorm gehouden door
B.K.Brusaard, Rotterdam 20 april 2001)Beste mensen,
Het organisatiecomité vroeg mij u kort toe te spreken. Dat wil ik graag doen. Al was
het maar omdat het dit jaar precies 35 jaar is geleden dat ik op 35-jarige leeftijd de
opdracht aanvaardde een rekencentrum voor de Gemeente Rotterdam op te zetten. Ik ben daar
bijna tien jaar mee bezig geweest en de meesten van u zijn daarbij geweest. U heeft daar
op de reünie-site van alles over kunnen nalezen. Het uitvoerige en voor zover ik
kan beoordelen correcte verslag van Daan de Bruin ga ik dan ook niet aanvullen met hoe het
allemaal verder is gegaan, en ook niet met hoe het naar mijn mening verder zou moeten gaan
met de overheids-informatievoorziening, want ik heb dat in andere verbanden al vaak genoeg
gedaan.
Het zal al u wel net zo vergaan als mij: historisch verantwoorde verhalen over vroeger
roepen allerlei persoonlijke herinneringen op. Je eigen ervaringen zijn intussen
anekdotes geworden waarvan je niet meer precies weet of alles wel echt zo ging als
jij het je herinnert. Ik zal daar een paar voorbeelden van geven, dan kunt u straks elkaar
of mij, vertellen dat het allemaal inderdaad net een beetje anders was.
Daan herinnerde bijvoorbeeld aan de opening van de Doelen door de toenmalige
kroonprinses Beatrix. Wij op het rekencentrum moesten een willekeurige steekproef trekken
uit het bevolkingsbestand om zon 300 mensen als gasten van het gemeentebestuur uit
te nodigen voor het bijwonen van die gebeurtenis. Iedereen kwam daarvoor in aanmerking
zeiden de organisatoren op mijn nadrukkelijk navragen zoals kloosterlingen (die waren er
toen nog), buitenlanders (want die waren er toen ook al) en mensen zonder vaste woon- en
verblijfplaats zoals binnenvaartschippers, zwervers en nog veel meer. Maar wist u ook
dat het verhaal gaat (ik was er zelf niet bij want ik was niet ingeloot), dat burgemeester
Thomassen zijn welkomsrede begon met het voorlezen van een brief van de directeur een
bekende instelling aan de Heemraadsingel (de Heemraadsíngel hoor je in Rotterdam te
zeggen). Twee genodigden waren helaas verhinderd omdat zij nog bezig waren hun
gevangenisstraffen uit te zitten. Het bijzondere daarvan was natuurlijk dat er twee
personen op één adres binnen de steekproef waren gevallen, maar dat dat, naar later werd
uitgerekend, statistisch gezien niet eens zo onwaarschijnlijk was.
U heeft ook allemaal het verhaal gehoord of gelezen van de oproep die wij aan de ouders
van een 105-jarige vrouw stuurden om hen te sommeren hun kind op te geven voor de
eerste klas van de lagere school. Dat verhaal had een lange staart. Het was het eerste
voorbeeld een echte millenniumbug. Ik kon me, gezien die ervaring, niet voorstellen
dat dat soort dingen dertig jaar lang over het hoofd zouden worden gezien en bood twee
jaar geleden iedere millenniumdeskundige die ik tegenkwam een weddenschap aan. Als zou
blijken dat er in Nederland één mensenleven echt in gevaar zou komen door een
millenniumbug, kregen ze van mij een fles wijn. Want dan hadden zij gelijk gehad. En
omgekeerd natuurlijk want ik verwachtte geen ongelukken. Als u denkt dat ik het begin van
vorig jaar daardoor in een gelukzalige roes doorbracht, vergist u zich. Niemand heeft
namelijk mijn aanbod aangenomen . Een grootverdieners aan een van de grootste
massa-misleidingen op ICT-gebied (de grootste zijn natuurlijk de ICT-beursspeculaties),
had zelfs de brutaliteit achteraf te zeggen dat hij die millenniumweddenschap ethisch niet
verantwoord had gevonden en daarom niet had meegedaan!
De eerste verkiezingen op onze computer was ook zoiets. Dat was best
spannend. Het hoofd van de secretarieafdeling Burgerzaken eiste dat ik de hele avond
aanwezig zou zijn, naast de computer zou staan en in geval er iets mis zou gaan, in zou
grijpen. Ik weigerde dat. Als er iets mis zou gaan was ik natuurlijk wel verantwoordelijk.
Dan zou ik mijn werk in de tijd daarvoor niet goed hebben gedaan. Maar verder zou ik
jullie alleen maar in weg lopen bij het herstellen van de storing. Hij was pas tevreden
toen ik zei dat ik, als mijn mensen er niet uit zouden komen, ik de andere dag naar het
college zou gaan met de vraag of ze niet liever een ander hoofd rekencentrum zochten. Dat
was dank zij u dus niet nodig. Wij in Rotterdam waren natuurlijk veruit het eerst klaar
met de voorlopige telling, maar de resultaten werden tot grote ergernis van onze
opdrachtgevers pas uren later uitgezonden, toen de uitslagen van enkele andere grote
steden ook binnen waren. Uit boosheid daarover heeft Rotterdam, voor zover ik weet, nooit
meer mee gedaan, aan de officieuze wedstrijd om als eerste grote stad de voorlopige
verkiezingsuitslagen bekend te maken..
De Bruin heeft nog een ander voorval opgediept. Ik was het helemaal vergeten. Het
betrof de keuze van de eerste computer. Ik had daar de toenmalige ambtelijke
begeleidingscommissie pas van op de hoogte gesteld toen ik mijn definitieve voorstel aan
B&W had gestuurd. Dat was niet zo verstandig (een beetje dom zou onze toekomstige
koningin Maxima zeggen), want de heren waren daar zeer verbolgen over. Over zoiets
gewichtigs wilden ze meepraten. Ik wist echt niet dat het hen zou interesseren en
bovendien wisten ze wel veel van de gemeente, maar niet van computers. Pas toen ik
voorstelde dat ik, als ze dat wilden wel een contra-expertise wilde laten uitvoeren door
deskundigen van buiten de gemeente, bedaarden de gemoederen een beetje. Maar echt tevreden
waren ze pas toen de baas van een van de grootste uitgeschakelde leverancier op het
hoogste niveau het gemeentebestuur benaderde om zijn beklag te doen over de keuze van
dat nieuwe hoofd van het gemeentelijk rekencentrum die immers niets van gemeenten
wist, terwijl zij er al decennia ponskaartenapparatuur aan leverden. De commissie was
toen plotseling zeer tevreden, want wat dachten die computerverkopers eigenlijk wel, dat
Rotterdam zijn eigen boontjes niet kon doppen?
En dan de kranten. Zodra zij dachten dat er is mis was stonden ze op de stoep en
stonden er grote koppen in de krant. Dat het hoofd van het GRC er geen gat meer in zag
want hij wilde niet eens een computer in huis. Alleen dat laatste was juist, maar om heel
andere redenen, want het ging juist best aardig vond ik, en ik wilde liever gelijk een
voor die tijd gróte computer in huis: het testen kon voorlopig best buiten de deur
gebeuren.
En weet u nog dat dezelfde kranten ons van onzedelijke koppelarij betichtten toen het
Personeelssysteem werd gestart en wij buschauffeurs en verpleegsters zo maar
samen in een computer stopten?
En dat, toen er veel personeel vertrok naar het bedrijfsleven, zij schreven dat het
toch allemaal één pot nat was, want dat die directeur van het GRC op kosten van een
geheimzinnig genootschap voor Proefondervindelijke Wijsbegeerte, waarvan nota bene ook
ondernemers lid waren, samen met zijn vriendje uit Amsterdam, een grote reis door Amerika
aan het maken was.
Zo zou ik nog een tijdje door kunnen gaan over politiek zeer gevoelige onderwerpen.
Twee voorbeelden.
Het voorstel van de Gemeenteraad na de zogenaamde Turkse rellen om adressen van
allochtonen uit het bevolkingsbestand te gaan trekken (wat iets anders is dan anonieme
statistieken draaien), om hen te bewegen zich meer over de stad te spreiden. Ik had daar
ernstige, zelfs principiële bezwaren tegen. Mijn latere baas, de minister van
Binnenlandse Zaken die daar toen al zat, vernietigde tot mijn opluchting een paar weken
later dat besluit. Dat was in dezelfde tijd dat in gemeenteraden en in het parlement een
heleboel onzin werd verteld, over het gevaar van computers voor de persoonlijke
levenssfeer. Dat laatste is nu gelukkig wat over hoewel het zo nu en dan toch de kop weer
opsteekt. Vooral als het erom gaat fraude en belastingontduiking op te sporen (want dat
kan sommige mensen geld kosten), maar ook als het erom gaat andere mensen de uitkering te
bezorgen waar ze recht op hebben (want dat kost dan de overheid weer geld).
En het gebruik van de computermodellen van een Engels adviesbureau waarmee
voorspellingen werden gedaan over de hoge verliezen die de uitbreiding van de METRO zou
geven. Dat kwam sommige partijen heel goed uit want als het niet doorging zou dat een
heleboel geld besparen en niet de halve stad weer overhoop halen. In het model bleek
echter het voortbestaan van een onbeperkt aantal kostenloze parkeerplaatsen in de
binnenstad te zijn verondersteld. Toen het hoofd van het gemeentelijk bureau statistiek en
het hoofd van het gemeentelijk rekencentrum daar op een avond voor Kerst een brief over
schreven naar B&W, werd het voorstel prompt van de agenda gehaald, werden de modellen
aangepast en werd de metro toch uitgebreid. Je kon dat model namelijk net zo goed
gebruiken om uit te rekenen hoe schaars en hoe duur het parkeren moest zijn om de METRO
quitte te laten spelen.
Als er iets niet goed gaat in een overheidsdienst en zeker in een rekencentrum, weet
gelijk je hele familie en de hele buurt het. Je werkt als het ware in een glazen
huis. Dat is niet altijd leuk voor jezelf, maar wel nuttig voor de maatschappij. Dat moest
bijvoorbeeld bij banken en verzekeringsmaatschappijen, en met particuliere dienstverleners
en externe adviseurs ook zo zijn, vind ik.
Veel dom onbegrip ondervonden we natuurlijk wel, en dat was minder functioneel. Maar
dat hebben automatiseerders ook vaak aan zichzelf te danken door al dat afschuwelijke en
grotendeels volstrekt onnodige Amerikaanse technisch-commerciële en
quasi-wetenschappelijke jargon dat sommigen graag gebruikten. Hoewel
het
laatste verhaaltje dan:
Toen het eerste vijfjarenplan van het GRC werd gemaakt, had ik er nauwkeurig op
toegezien dat er behalve het woord computer geen woord Engels in stond. Dat had ik
in mijn tijd bij de Deutsche Shell geleerd, en dat moest in het Nederlands ook kunnen,
vond ik. Toen echter het plan in de gemeenteraad werd besproken, zei de eerste de beste
spreker, een fractieleider van een grote partij, dat gemeenteraadsleden van dat onderwerp
natuurlijk geen verstand hebben en dat hij daarom een bevriend deskundig partijlid om
advies had gevraagd. Maar hij had het plan na twee dagen teruggekregen. Ook deze
deskundige kon hem niet helpen want alles was in het Nederlands en hij kende alleen de
Engelse vaktermen.
Ik laat het hierbij. Er zou, zoals dat heet, een boek over vol zijn te schrijven. En
wat mij betreft wel drie boeken als ik de landelijke gemeentelijke samenwerking en de
rijksoverheid in de vijf en twintig jaar daarna, erbij betrek. Maar als u, als professional
of als ambteloos burger, behoefte hebt aan enige geruststelling: het gebeurt uiteindelijk
allemaal toch wel zoals het eigenlijk zou moeten, het duurt, weten we nu, alleen altijd
veel langer dan je denkt. Maar dat moet u niet verklappen want dan duurt het nog langer.
Persoonlijk kijk ik in elk geval met groot plezier terug op mijn periode in
Rotterdam, en dat heb ik voor een groot gedeelte aan jullie te danken, al was het maar
omdat jullie me, althans voor zover ik weet en naar buiten toe, nooit zijn afgevallen.
Waarvoor achteraf alsnog mijn dank, want dat is, in en om onze hectische tak van sport ook
wel eens anders.
Voor het overige wens ik u allen een prettige avond, met grote dank aan het
organisatiecomité die dit allemaal mogelijk heeft gemaakt en voor wie u nu, met mij,
mag applaudisseren.
B.K.Brussaaard, april 2001