| Home |
| De ontkiemende jaren 1970 -
1975 5 Betalings- en Incasso-systeem,
Technisch Wetenschappelijke toepassingen, Vastgoedsysteem |
| Lag het accent bij de
financiële toepassingen tot 1970 op het partieel overnemen van verschillende vormen van
mechanisatie en automatisering, na 1970 werd effectief, mede ook door het geleidelijk
kunnen opvullen van de formatie, voortgegaan op systeembouw en conversie naar de Siemens. Het GRC had de voorgaande jaren een goede en degelijke indruk verkregen van
de afzonderlijke gemeentelijke geldstromen om een doordacht systeem te bouwen waarin
betalingen en uitkeringen werden geautomatiseerd ten behoeve van individuele personen,
subsidies en ingekochte diensten.
Vanaf 1970 kwamen voor het betalings- en incassosysteem de
aloude systemen als de precario, grafrechten en rentegevende eigendommen in aanmerking
voor overgang naar het Siemens-systeem en daarop gevolgd door GWR, DWL,
Stadsontwikkeling.en Gemeentewerken. Eveneens werden nieuwe deelsystemen ontwikkeld als
een facturatie- en tijdverantwoordingssysteem voor ROTEB en AVR en een
verbruikersadministratie voor de DWL.. |
Eveneens
in 1970, werd een start gemaakt voor Gemeentewerken met een werkorder- en
projectenadministratie. |
| Dit hield in dat de
oude ponskaartsystemen in onbruik geraakte en het uitbesteden aan servicebureaus
ophield. Het aandeel van de 360/20 voor de financiële toepassingen werd in de jaren
73- 74 langzamerhand tot nul gereduceerd. |
| Belangrijke mijlpalen
in deze voornoemde jaren waren de incasso op onroerend goed belastingen en natuurlijk de
al eerder aangemerkte overgang van de GSD automatisering waarvoor voldoende capaciteit kon
worden gereserveerd op de nieuwe 4004/150. Het complexe uitkeringensysteem met zijn vele
van bovenaf opgelegde wijzigingen vond al snel afzet bij gemeenten als Schiedam, Capelle
a/d IJssel, Zwijndrecht en de zeeuwse plaatsen Goes en Vlissingen. Met betrekking tot het Materiaalsysteem begonnen In 1970 aarzelend
de voorbereidingen op de systeembouw waarvan de RET en GWR de eerste gebruikers zouden
zijn. |
| Als in 1969 uiteindelijk, na een
moeizame vacature-invulling, de TW-projectgroep wordt opgericht zal men nauwelijks hebben
kunnen voorstellen aan welke veelzijdige projecten zij de komende jaren zou gaan werken.
Het feit dat de groep van 4 naar 17 man zou groeien zegt genoeg over de grote behoefte aan
berekeningen, metingen, analyses etc bij de, met name, technische takken van dienst.
Vooral door de diversiteit is het vermelden van een gedeelte hiervan tussen 70
75 al een ondoenlijke zaak. |
veelzijdige projecten |
| De buiten het basisplan
staande groep zou niettemin naast de vele projecten bijdrages gaan leveren aan
informatiesystemen voor vooral Havenbedrijf (o.a. het walradarsysteem, scheepsbewegingen
en zeehavengelden), de RET (vervoerssysteem) en Gemeentewerken. Ook kwalitatief stonden de
systemen op een hoog peil gezien de lovende woorden die geuit werden door het toendertijd
engelse bedrijf Logica over het voor de Politie gebouwde informatiesysteem. De
eenmalige projecten beliepen in de honderden waaronder zeer specifieke als het verwerken
van informatie in verband met hart- en vaatziekten onder auspiciën van de Wereld
Gezondheid Organisatie. Verder analyses die betrekking hadden op luchtverontreiniging of
op de resultaten van proefwerken voor de schooladviesdienst. Ook de RET was een dankbare
opdrachtgever voor o.a. het laten functioneren van bezettingsgraadmeters voor bussen en
trams alsook werkroosterberekeningen. Een geheel andere orde was het doen berekenen van
schakeltechnieken van pompen geplaatst bij de waterspaarbekkens van de DWL in de Biesbos.
Naast projecten en systeembouw maakten ook bijdragen (met de afdeling INT) aan
geavanceerde ontwikkelingen in de automatisering als verwerking op afstand deel uit van
het werkpakket als ook het toepassen van planologische, statistische en econometrische
rekenmodellen voor uiteenlopende opdrachtgevers. |
| Van oudsher nam de
afdeling een centraal adviserende plaats in binnen de gemeente omtrent fortran-, algol- en
assembler- toepassingen, naast het doen starten van het met de computer vervaardigde
technische tekeningen ten behoeve van civieltechnische toepassingen. In ruime zin legt
het vastgoedsysteem de ruimtelijke ligging vast van ondergrondse objecten die van belang
zijn voor gemeentelijke toepassingen.
De voorlopig onder de TW-groep geplaatste medewerkers voor het vastgoedsysteem werkten
vanaf 1970 voornamelijk inventariserend aan het ondergrondse gedeelte onder de naam ARTOL
(Automatische Registratie van Topografie en Ondergrondse Leidingen)
in 1971 zijn hierbij reeds 4 man betrokken en op 1 januari 1973 als zelfstandig
projectgroep met reeds 7 man in de organisatie opgenomen. Een van de eerste werkzaamheden
in de conventionele sfeer waren de mutaties van de woningcartotheek. Daarnaast was
besloten het applicatiedeel van Gebouwen, door GCEI ontwikkeld, als basissysteem te nemen
voor de onroerend goed belastingen deel waarvan in 1973 en 1974 grotendeels de
bestandsopbouw plaatsvond.
In de innovatieve sfeer werd
grensverleggend technisch onderzoek verricht op het gebied van elektronische teken- en
digitaliseerapparatuur.
In 1973 zou wat vertragingen worden opgelopen door verloop maar vooral door ophouden
van besluiten op bestuursniveau. Ook de samenwerking met provinciale nutsbedrijven als een
VEGIN bracht geen snelle voortgang en tijdverlies werd geleden door gedwongen te wachten
op SOAG-besluiten omtrent het Topografie gedeelte waar uiteen liggende opvattingen
bestonden over de leidingenregistratie bij de nutsbedrijven.
Desondanks ging in 1975 de delen Grond en Water van het vastgoed in productie en werden
tevens koppelingen gerealiseerd met het bevolkingssysteem. Naast uitwisseling van
informatiegegevens met de rijksbelastingdienst voor landelijk te bouwen systemen werd
regionaal succes behaald met het ontwikkelen van toepassingen voor o.a. Delft, Sliedrecht
en Spijkenisse.
|
|
|
|
|