Home

1966 - 1976  De verdere opbouw (1966)

Midden 1967zou op basis van benchmarking een keuze van computermodel gemaakt kunnen worden. Uitnodigingen aan de diverse hardware leveranciers werden in het late najaar van 1966 verstuurd.

 

Al deze aktiviteiten, aangestuurd door het hoofd van deze jongste gemeentelijke organisatie, vonden hun vastlegging in zijn handleiding '‘Taak en opbouw van het Gemeentelijk Rekencentrum".

Hierin maakte hij nog eens duidelijk scheiding tussen enerzijds die eenmalige werkzaamheden als statistische berekeningen, verkiezingsoproepen, verkeersonderzoeken etcetera van organisaties die niet over eigen personeel beschikten en anderzijds automatiseringsontwikkelingen van toepassingen die voor meer dan één dienst of bedrijf van belang zijn als salarissen, materiaalsystemen en begrotings- en uitgaven-administraties.

Een veelvoud aan ideeën worden hierin aangedragen om bij de bestuurders en gemeentelijke verantwoordelijken de ogen te openen voor de diverse automatiseringsmogelijkheden. Een aansprekend voorbeeld ter illustratie was om via het bevolkingssysteem aan de hand van leeftijdsopbouw te voorspellen en te begroten welke gemeentelijke activiteiten en daaraan verbonden investeringen gedaan zouden moeten worden.

Integratie van de te automatiseren objecten was een hoofdlijn in deze visie met als hoogste prioriteit het personeelssyteem en het bevolkingssysteem, vervolgens liquiditeitssysteem, materiaal systeem en tenslotte het bestuurssysteem als een ultiem beleidsinstrument.

database schema deel.jpg (7446 bytes)

via het bevolkingssysteem
te voorspellen

De benodigde middelen hiervoor, een vakkundige ontwerpgroep en een krachtig computersysteem was het logische vervolg in zijn gefaseerde aanpak.

Ook in het plan tot aanschaf van een centraal computersysteem wordt een nauwe relatie gelegd tussen het stijgend aantal werkuren op de conventionele apparatuur en het moment waarop het geschikt zou zijn een systeem in te zetten tegen de achtergrond van geleidelijk stijgende loonkosten en goedkoper wordende machines per berekende prestatie.

Behalve operationele, systeemtechnische zaken werden tevens ook organisatorische en beleidsaspecten aangeroerd waarbij op beleidsniveau aangestuurd werd op een duidelijke structuur met een overkoepeld hoofdstuurgroep (als opvolger van de Commissie voor Administratieve Automatisering), stuurgroepen (waar opdrachtgever en rekencentrum aan tafel zitten) en projectgroepen per concerntoepassing, waarin technisch inhoudelijk aan een te ontwerpen systeem wordt gewerkt.

Nadat de heer Brussaard voor een breed gehoor op 23 mei 1966 op uitnodiging van Wethouder Schilthuis van Economische Aangelegenheden zijn "Taak en Opbouw" notitie had uiteengezet benadrukte hij dat automatisering zeker niet de verantwoordelijkheid van de lijnmanagers zou aantasten en als zij zouden denken dat deze technische ontwikkeling veel gemak voor hen zou opleveren moest hij zijn publiek hierin de illusie ontnemen. Vooral nieuwe perspectieven en mogelijkheden ter uitvoering en verbetering van gemeentelijk beleid zouden de meerwaarde uitmaken.

 

 

De heer Brussaard laat zich niet opjagen en blijft consequent aan zijn eigen beleidsplan en tijdschema hechten

 

 

Het moge duidelijk zijn dat in dit eerste jaar voor al deze plannen slechts een fundament werd gelegd. De heer Brussaard moet dan ook als hinderlijk de druk van buitenaf hebben ervaren om reeds eerder een computersysteem aan te schaffen. Hij laat zich niet opjagen en blijft consequent aan zijn eigen beleidsplan en tijdschema hechten. Hij benadrukte dat zonder ontwerpcapaciteit en leemtes in zijn personeelsformatie maar vooral zonder een financieel en technisch verantwoorde computerkeuze zijn gefaseerde opbouw gevaar zal lopen.

Het ongeduld kwam vooral aan de oppervlakte toen de heer Brussaard in een interview in een  Rotterdamse krant zich liet ontvallen dat de start van werkzaamheden op een groot computersysteem mogelijkerwijs pas in 1970 zou kunnen zijn. De opmerking "Moeten we nu zo lang wachten tot alles gereed is ? ", bracht de heer Brussaard niet uit evenwicht.

Midden 1967, zo verwachtte hij, zou op basis van benchmarking een keuze van computermodel gemaakt kunnen worden. Uitnodigingen aan de diverse hardware leveranciers werden in het late najaar van 1966 verstuurd.

Behalve dat er binnen economische normen het juiste moment moest worden bepaald, moest er ook op technisch en programmatisch vlak nog richting gekozen en draagvlak gevonden worden voor standaard programmeertalen als COBOL en FORTRAN op basis van de toen geldende normen van controleer- en overdraagbaarheid.

Hoewel het Rekencentrum nog geen taakstellende begrotingen kon opstellen, wegens gebrek aan allerhande meetgegevens, werd de begroting niettemin van fl 545.000 in 1966 opgetrokken naar fl. 1.235000 in 1967.

De kop was eraf, maar ook 1967 zou cruciale besluiten en ontwikkelingen te zien geven in de verder opbouw van het Rekencentrum in haar eerste jaren.

 

terug

begin

verder

Home

 

Top