Home

1966 - 1976  Het besluit (20 januari 1966)

Het Rekencentrum een feit.

 

Het formele ontwerpbesluit dat uiteindelijk aan de raad werd aangeboden formuleerde de taken nog eens als volgt :

"De taak van het centrum is het uitvoeren van alle werkzaamheden, welke zich lenen voor gemechaniseerde c.q. geautomatiseerde verwerking, voorzover deze niet doelmatiger door de reeds met mechanische of elektronische apparatuur uitgeruste bedrijven of diensten kunnen worden verricht".
Het woord doelmatigheid had overigens in deze eerste fase een meer financiële betekenis dan een organisatorische. Vooral dit laatste aspect zou nog een zware wissel trekken binnen de discussies bij verdergaande centralisatie en concentratie van automatiseringsprojecten.

loonadminstraties, de honden- en straatbelasting en de ambtenarenspaarregeling Kort samengevat kwam de verdere gang van zaken neer op een start met over te hevelen werkzaamheden van de financiële afdeling van de dienst Gemeentewerken. In eerste instantie zou het gaan om de werkzaamheden van de loonadminstraties van een aantal diensten, de honden- en straatbelasting en de ambtenaren- spaarregeling. Daarna zou een analyse worden gemaakt van andere te mechaniseren of te automatiseren objecten om vervolgens in de laatste fase een computersysteem te kiezen en na inbedrijfstelling hiervan de omzetting van gemechaniseerde naar geautomatiseerde verwerking te vervolgen.
Ook in het ontwerpbesluit werd nog eens benadrukt dat het centrum niet alleen een uitvoerend orgaan maar ook een steunpunt voor de bestuurlijke en leidinggevende instanties moest zijn met aandacht voor planning en bewaking. Hoewel men totaal nog geen beeld had van de organisatorische implicaties zag men de automatisering als een initiator voor een ingrijpende reorganisatie van het ambtelijk apparaat.
Op basis van de voortschrijdende voorbereidingen werd een realistische begroting opgesteld van fl. 545.000 waarin naast de eigenlijke kosten van het centrum ook een post van fl. 100.000 was uitgetrokken voor uit te besteden werk.
Daar stonden begrote baten tegenover van ongeveer fl. 220.000; een bedrag dat, zoals later zou blijken, niet haalbaar was. Men had tevens de overtuiging dat verschuiving van werkzaamheden naar het centrum kostenbesparingen zou opleveren op andere begrotingen.
Als op 20 januari 1966 dan ook de exploitatie-begroting in de raad wordt behandeld is de stemming opgetogen. Wethouder Schilthuis van Economische Aangelegenheden spreekt het voornemen uit de automatisering "ernstig en voorzichtig" aan te willen pakken doch ziet gaarne een voortvarende start van de opleidingen en de bemensing en spreekt in het bijzonder zijn vertrouwen uit in de ijver van het nieuwe hoofd, die men zeker niet voor de voeten zou gaan lopen en de positieve basishouding van de Rotterdamse diensten.
De wethouder was het meer dan eens met de heren van Dis (SGP) en van der Vlerk (PvdA) die voornamelijk als enigen een mening over het voorstel verkondigden.

Er klonk ferme taal om niet langer nog méér werk te laten uitbesteden, de versplintering van de automatisering een halt toe te roepen en men werd niet vermoeid om alsmaar de centrale rol van het rekencentrum te benadrukken. Opluchting sprak ook uit het feit dat, na eerdere gevoelens van verontrusting over verlies van banen, er grote kansen lagen voor werkgelegenheid voor beter opgeleide mensen.

Waarschijnlijk wat verzadigd van de procedurele en technische volzinnen over het nu wel zeer naderbij komende automatiseringsgebeuren vroeg de heer van Dis (SGP) om vooral niet te vergeten aandacht te besteden aan. . . . . de mens. Maar deze opmerking ontlokte allang geen reactie meer uit. Wat telde was dat het Rekencentrum een feit was.

niet vergeten aandacht te besteden aan de mens

 

 

terug

begin

verder

Home

 

Top