| Het formele
ontwerpbesluit dat uiteindelijk aan de raad werd aangeboden formuleerde de taken nog eens
als volgt : "De taak van het centrum is
het uitvoeren van alle werkzaamheden, welke zich lenen voor gemechaniseerde c.q.
geautomatiseerde verwerking, voorzover deze niet doelmatiger door de reeds met mechanische
of elektronische apparatuur uitgeruste bedrijven of diensten kunnen worden verricht".
Het woord doelmatigheid had overigens in deze eerste fase een meer financiële
betekenis dan een organisatorische. Vooral dit laatste aspect zou nog een zware wissel
trekken binnen de discussies bij verdergaande centralisatie en concentratie van
automatiseringsprojecten. |
| loonadminstraties, de honden- en straatbelasting en de
ambtenarenspaarregeling |
|
Kort samengevat kwam de
verdere gang van zaken neer op een start met over te hevelen werkzaamheden van de
financiële afdeling van de dienst Gemeentewerken. In eerste instantie zou het gaan om de
werkzaamheden van de loonadminstraties van een aantal diensten, de honden- en
straatbelasting en de ambtenaren- spaarregeling. Daarna zou een analyse worden gemaakt van
andere te mechaniseren of te automatiseren objecten om vervolgens in de laatste fase een
computersysteem te kiezen en na inbedrijfstelling hiervan de omzetting van gemechaniseerde
naar geautomatiseerde verwerking te vervolgen. |
| Ook in het
ontwerpbesluit werd nog eens benadrukt dat het centrum niet alleen een uitvoerend orgaan
maar ook een steunpunt voor de bestuurlijke en leidinggevende instanties moest zijn met
aandacht voor planning en bewaking. Hoewel men totaal nog geen beeld had van de
organisatorische implicaties zag men de automatisering als een initiator voor een
ingrijpende reorganisatie van het ambtelijk apparaat. |
Op basis van de
voortschrijdende voorbereidingen werd een realistische begroting opgesteld van fl. 545.000
waarin naast de eigenlijke kosten van het centrum ook een post van fl. 100.000 was
uitgetrokken voor uit te besteden werk.
Daar stonden begrote baten tegenover van ongeveer fl. 220.000; een bedrag dat,
zoals later zou blijken, niet haalbaar was. Men had tevens de overtuiging dat verschuiving
van werkzaamheden naar het centrum kostenbesparingen zou opleveren op andere begrotingen. |
| Als op 20 januari 1966
dan ook de exploitatie-begroting in de raad wordt behandeld is de stemming opgetogen.
Wethouder Schilthuis van Economische Aangelegenheden spreekt het voornemen uit de
automatisering "ernstig en voorzichtig" aan te willen pakken doch ziet gaarne
een voortvarende start van de opleidingen en de bemensing en spreekt in het bijzonder zijn
vertrouwen uit in de ijver van het nieuwe hoofd, die men zeker niet voor de voeten zou
gaan lopen en de positieve basishouding van de Rotterdamse diensten. |
| De wethouder was het
meer dan eens met de heren van Dis (SGP) en van der Vlerk (PvdA) die voornamelijk als
enigen een mening over het voorstel verkondigden. Er
klonk ferme taal om niet langer nog méér werk te laten uitbesteden, de versplintering
van de automatisering een halt toe te roepen en men werd niet vermoeid om alsmaar de
centrale rol van het rekencentrum te benadrukken. Opluchting sprak ook uit het feit dat,
na eerdere gevoelens van verontrusting over verlies van banen, er grote kansen lagen voor
werkgelegenheid voor beter opgeleide mensen. |
| Waarschijnlijk wat verzadigd van de
procedurele en technische volzinnen over het nu wel zeer naderbij komende
automatiseringsgebeuren vroeg de heer van Dis (SGP) om vooral niet te vergeten aandacht te
besteden aan. . . . . de mens. Maar deze opmerking ontlokte allang geen reactie meer uit.
Wat telde was dat het Rekencentrum een feit was. |
niet vergeten
aandacht te besteden aan de mens
|
|