Home

1966 - 1976   De eerste jaren

"Rotterdam landelijk prominent op de kaart gezet als een belangrijk bouwheer èn voortrekker bij de opzet van toekomstige nationaal inzetbare basissystemen."

 

Als burgermeester W. Thomassen de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken mr. C. van Veen uitnodigt om op 23 april 1969 een nieuwe grote computer bij het GRC officieel in gebruik te willen stellen vermeldt hij optimistisch de gestadige voortgang van de automatisering in het Rotterdamse. Onder de indruk waarschijnlijk van de abstracte grootheden van het computersysteem deelt deze de staatssecretaris mede dat het systeem wel 130.000 posities bevat.
Voor meerdere personen was er overigens reden om in zekere mate tevreden op deze dag terug te zien. De heer B. K. Brussaard, het eerste hoofd van het Gemeentelijke Rekencentrum, moet zich bewust zijn geweest dat nu eindelijk aan een paar essentiële voorwaarden was voldaan om te kunnen spreken van een volwaardig rekencentrum. Zijn visie en ambitie voerde weliswaar verder maar een feit was dat het nu nog duidelijker vorm gekregen instituut GRC beschikte over goede huisvesting, een "state of the art" computersysteem, een kernbezetting aan automatiseringspersoneel en een heldere organisatievorm.

Dat ook vele sleutelfiguren van de bestuurlijke kant (Burgermeester Thomassen was overigens niet aanwezig wegens een handelsreis naar Japan) geïnteresseerd de rondleiding volgden, was een gevolg van het stug voortgaande inbeddingproces van de automatisering binnen de Rotterdamse organisaties.

De welwillende houding van de staatssecretaris tenslotte maakt ook duidelijk dat Rotterdam landelijk prominent op de kaart was gezet als een belangrijk bouwheer èn voortrekker bij de opzet van toekomstige nationaal inzetbare basissystemen.

 

 

 

een volwaardig rekencentrum

Rotterdam landelijk prominent op de kaart

drs. B.K. Brussaard

 

In de rede die de heer Brussaard ter gelegenheid van de opening uitspreekt komen enkele aspecten naar voren welke zijn maximale aandacht hebben opgeëist bij de opbouw vanaf de formele start in begin 1966.

Daar gold allereerst het zeer moeizaam te werven personeel ten behoeve van een alsmaar langer wordende lijst van projecten en toepassingen.

Maar vooral ook het stuwende bewustmakingsproces binnen de gemeentelijke ambtelijke niveaus om automatisering niet alleen als een technisch instrument te beschouwen. Zo werden terugdringing van routinematig werk en kostenbesparing via snellere computers in de eerste jaren nog regelmatig als actuele items opgevoerd binnen de discussies.

Automatisering kan vooral een bijdrage leveren aan het sneller en completer doen samenbrengen van informatie ten behoeve van de steeds omvangrijker wordende taken van de overheid, aldus de directeur in 1969.

terug

begin

verder

Home

 

Top