Home

1966 - 1976   Wat er aan vooraf ging (1961 - 1965)

"Op 9 juli 1965 volgde de benoeming van drs B. K. Brussaard tot hoofd ... en stond deze eerste GRC-er vanaf dat moment voor een reuzentaak."

 

Sommige onderwerpen bij de opbouw van het rekencentrum komen in zijn rede in 1969 overeen met het beeld dat de heer B.K. Brussaard schriftelijk vastlegde toen hij ruim drie en een half jaar eerder, in september 1965, aan de Commissie voor Administratieve Automatisering zijn visie weergaf.

Commissie voor Administratieve Automatisering

Deze commissie was verder gegaan met het schetsen van de contouren van het nieuwe centrum nadat B en W eerder, op 19 februari van dat jaar, besloten had tot stichting van een gemeentelijk centrum voor automatiseringsverwerking.
Dit besluit was het resultaat van een aantal studies, inventarisaties en rapporten waarvan de oorsprong in 1961 lag in een initiatief van B en W een ambtelijke commissie in te stellen om het Gemeentebestuur te adviseren over eventuele maatregelen.
In een omvangrijke tussenrapportage, op 18 januari 1963, kwamen verschillende beweegredenen naar voren waarom juist nu tot handelen zou moeten worden overgegaan.
Door de verspreiding van diverse initiatieven van mechanische en geautomatiseerde verwerking van administraties binnen de gemeente was langzamerhand een onoverzichtelijk beeld ontstaan. Dit had tevens tot gevolg dat steeds pijnlijker het tekort aan vakkundig personeel werd gevoeld. Bij een concentratie op een centrale plaats zou hieraan meer het hoofd geboden kunnen worden, zo verwachtte men.

r1vaag.jpg (12954 bytes)

IBM 1401 met 8000 kernposities Het landschap was inderdaad grillig geworden. De loonadministratie van de takken van dienst waren in 4 kleinere "centra" ondergebracht.

De grotere diensten, het GEB, Gemeentewerken, RET en de Sociale Dienst voerden de administratie uit voor de kleinere "broertjes" binnen de gemeente die niet over eigen apparatuur en toepassingen beschikten. Zo voerde het GEB, als grootste centrum (met onder andere een IBM 1401 met 8000 kernposities). de administraties van Drinkwaterleiding, Havenbedrijf , ROTEB en de ziekenhuizen.

Bij Gemeentewerken waren onder andere de Secretarie en Politie ondergebracht en vonden Marktwezen en het Slachthuis onderdak bij de RET.

De Sociale Dienst tenslotte voerde naast haar eigen automatisering ook die van de GGD.

Daarenboven was men er toe overgegaan om gebruik te maken van servicebureaus van IBM en Bull Over de dienstverlening was men niet ontevreden doch een concentratie van deze werkzaamheden in één centrum was interessant genoeg, niet alleen organisatorisch maar ook budgettair, om als belangrijke argument te dienen voor de stichting van een centrum. Men was zich in hoge mate bewust dat men van de bureaus gebruik moest blijven maken door het groeiend aantal projecten en door de te krappe capaciteit in de 4 "centra".
Men wilde haast maken om de coördinatie te beleggen van deze stuwwal aan op stapel staande werkzaamheden. Werkzaamheden die zowel de start van een mechanisatieproject betroffen (vooral voor kleinere takken van dienst) alsook conversiewerkzaamheden van een gemechaniseerde uitvoering naar een geautomatiseerde (de verbruiksadministratie van DWL was zulk een voorbeeld). van een gemechaniseerde uitvoering naar een geautomatiseerde
Ook de organisatie rondom de Tweede Kamerverkiezingen van 1963 had veel aandacht van het management van Burgerzaken opgeëist waarbij gebruik gemaakt werd van de apparatuur van de Sociale Dienst.
De commissie probeerde reeds in haar plan van aanpak iets vooruit te lopen door suggesties te doen om kleinere installaties te plaatsen bij de diensten om alvast ervaring op te doen doch zij was tegelijkertijd huiverig voor de gevaren dat het zich tegen een centraal beleid zou keren.
 

In een daarop volgende rapportage, in oktober 1964, werden meerdere argumenten toegevoegd om een sneller besluit voor een centrale instantie binnen het gezichtsveld te krijgen. Een belangrijk en aandachtvragend onderwerp hierbij was de opzet van een centrale loonadministratie.

Tevens kwam in het rapport een sterker bewustzijn naar voren dat ten behoeve van centrale besluitvorming snel en volledige informatie nodig zal zijn. Een term als "tool of management" werd geïntroduceerd en de behoefte aan een geïntegreerd bestuurssysteem werd explicieter geformuleerd.

Het welslagen van een gemeentelijk automatiseringsproces, aldus de commissie, zal sterk afhankelijk zijn van de nauwe samenwerking binnen de diensten waarbij verschillende onderdelen op doelmatigheid zouden moeten worden getoetst.
Concreet drong men in dit rapport overigens al aan op een benoeming van een hoofd voor het toekomstig centrum en adviseerde men deze binnen de Secretarie-organisatie op te nemen.
Zoals hierboven al vermeld nam op 19 februari 1965 het college een principebesluit om te komen tot een gemeentelijk centrum. Op 9 juli 1965 volgde al de benoeming van drs B. K. Brussaard tot hoofd en in dezelfde maand werd de startlocatie van het centrum aangewezen aan de Wijnhaven en werden de verbouwingen gestart.
De eerste GRC-er stond vanaf dat moment voor een reuzentaak.

 

terug

begin

verder

Home

 

Top